Plinius Secundus, Gaius

Des wijtberoemden, hoochgeleerden, ouden philosophi ende natuer-kondighers boecken en schriften, in vier deelen onderscheyden. Het eerste tracteert van de natuer, aert ende eygenschap aller creaturen ofte schepselen Godes. Als namentlijk, van de menschen, dare gheboote, opvoedinghe, ghebruycken, konsten, hanteringhen, leben, kranckheyt ende sterven. Het tweede, van de viervoetighe dieren, die op der Aerden ende in de wateren leven. Het derde van de voghelen. die in de locht ende op der aerden vlieghen ende sweben. Oon van de onreyne kruppen de wormen, als slanghen, etc. Het vierde, van de visschendie sick in seen, meyren, rivieren ende andere soete wateren laten vinden

Allen apotekers, huysvaderen ende huysmoederen, oock allen liefhebbers der konsten, seer dienstelijck ende vermakelijck. Nu nieuwelijck uyt den hoogduytsche in onse nederlantsche sprake overgheset, ende met schoone figuren verciert
JanszArnhem1617
Sprache: 
niederländisch
Schlagwörter: 
Einheitssachtitel: